Na anderhalf jaar huishoppen schuif ik weer achter mijn vertrouwde bureau aan. Rechts fungeert mijn open boekenkast als esthetische ruimteverdeler in de woonkamer, waar Eva op de bank zit. Links kijk ik uit over Kanaleneiland. Officieel inwoner van Utrecht, gesetteld en met vaste baan...
En ik ben totaal uitgeput. Hoe vind ik de rust terug?
Op naar Utrecht
Lang geniet ik ervan om continu van plek te verwisselen, ook binnen Nederland. Het is avontuur, een vorm van vrijheid. Ik ontdek allerlei woningen en omgevingen, zorg voor lieve huisdieren, zit nergens lang aan vast en heb niet veel geld nodig om rond te komen. En wanneer ik mijn auto instap en naar het volgende huis rij, een CD'tje aan en de wind door mijn haren... voelt het alsof mijn leven weer opnieuw begint.
Toch besluit ik om het nomadenbestaan voorlopig achter me te laten. Omdat ik een boek wil schrijven, of zelfs meerdere, en daarvoor heb ik een rustpunt nodig. Maar waar? Nou, Utrecht natuurlijk! De stad waar ik als Amersfoorter al vaak kwam, een halfjaar bestuurskunde studeerde en in TivoliVredenburg een festival organiseerde. Een bruisend middelpunt, met zowel een stads- als dorpsgevoel, waarvan ik altijd al wist dat ik er ooit zou gaan wonen.
Beheerder van de Domkerk
Niet lang daarna word ik aangenomen als beheerder van de Domkerk voor twintig uur in de week. Terwijl ik dus nog aan het huishoppen ben, begin ik met werken in dat fantastische gebouw waar ik me meteen thuis voel. Ondanks dat ik er veruit de jongste ben.
Het is een hele diverse baan, en ik vind het super. Als beheerders zijn we de praktische spin in het web voor ruim 200 vrijwilligers en huurders van de kerk, waarbij we in de gaten houden of evenementen goed gestroomlijnd zijn met de activiteiten van de kerk en iedereen daarover geïnformeerd is.
Daarnaast bereid ik evenementen voor en faciliteer ze, doe praktische klusjes in het gebouw, proef wijn, praat met vrijwilligers, zing spontaan een psalm, vaar met collega's van het Domplein over de grachten, help keyboards sjouwen voor de Zaterdagmiddagmuziek, neem een pauze op het dak, hou 500 mannelijke corpsstudenten in de gaten tijdens hun eerstejaarsinstallatie, coördineer de opbouw van een groot podium, begeleid busjesvol mensen in rolstoelen voor een concert... en eet achteraf een appeltaartje mee.
Soms kom ik als eerste in de kerk aan. Dan haal ik het alarm eraf en loop voorzichtig het machtige, donkere middenschip in. Elk klein geluidje echoot secondenlang na, je houdt als vanzelf je adem in en loopt op je tenen. Maar als ik het aandurf, ga ik zingen. Helemaal alleen, met de galm als gezelschap.
De verhuizing
Ondertussen zoekt Eva, goede vriendin van de middelbare school, een nieuwe huisgenoot voor haar appartement in Kanaleneiland. In eerste instantie zijn we ervan overtuigd dat samenwonen geen goed idee is, dus brengen we het bijna angstvallig niet eens op. Maar dan ga ik er toch over nadenken.
Want waarom eigenlijk niet? Ja, we hebben in het verleden weleens een meningsverschil gehad, maar ondertussen zijn we ook ouder en wijzer geworden. Daarnaast lijken we op elkaar. We voelen onze eigen en elkaars emoties goed aan, zijn nogal existentiële levensoverdenkers en hebben echt persoonlijke ruimte nodig.
Dat kan heftig botsen, óf goed samengaan. Dus stel ik voor om er tenminste over te praten. We bespreken alle mogelijke heikele punten, conflicten en onenigheden. En dan zijn we het eens: we gaan het doen! Met als voorwaarde dat we goed blijven communiceren, verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen behoeftes en emoties en niet vervallen in passief-agressieve patronen en opgekropte irritaties. Heel simpel.
Tijdens mijn laatste twee housesits kijk ik dan ook uit naar het moment dat ik na anderhalf jaar eindelijk mijn spullen uit donkere zolders tevoorschijn haal en met een verhuisbusje op pad ga. Zin in settelen, wie had dat gedacht.
Voor ik het weet rij ik naar Amersfoort om mijn inboedel te verzamelen. Vervolgens tuf ik met mijn vader terug naar Utrecht om de boel omhoog te sjouwen, gaan we door naar Delft waar de ander helft in een opslag staat, en eenmaal ingepakt sjeezen we terug naar Utrecht.
En nadat al die dozen, stoelen, kasten en de zware wasmachine vier verdiepingen met hulp van meerdere vrienden omhoog zijn getild, besteed ik nog uren aan uitpakken, in elkaar sleutelen en inrichten. Ook de dagen daarna ben ik druk bezig, want het liefst wil ik het allemaal zo snel mogelijk klaar hebben. De rommel opgeruimd, de muren geschilderd, de boeken mooi neergezet, mijn gezellige plekjes gecreëerd.
Bewust denken
Ondertussen fiets ik ook nog heen en weer naar de Dom. Pittig wel, een nieuw baan in combinatie met verhuizen, nadat je net lang hebt rondgereisd. Mijn brein heeft moeite met opstarten.
Gelukkig kom ik langzaam in het ritme, en kan ik goed switchen tussen 'aan' en 'uit'. Waar ik eerder met dit soort werk eigenlijk continu thuis erover bleef nadenken - oh ik moet dit nog regelen, die persoon mailen, ben dat ene ding vergeten - lukt het me nu om na werk gewoon te ontspannen. Ik kan mijn denken makkelijker uitzetten, doordat ik er van een afstandje naar heb leren kijken.
Het doet me denken aan vroeger, toen ik bijna elke avond minstens een uur wakker lag voor het slapen omdat mijn hoofd gewoon niet stopte. Soms werd ik dan even wakker uit die gedachtestromen, en dacht ik, wow, hoe ben ik hier beland? Vervolgens ging ik stapje voor stapje terug, tot ik weer bij het begin was, bij de eerste gedachte. Dat vond ik wel een grappige bezigheid, hoewel ik er niet per se sneller door in slaap viel.
Tegenwoordig lukt het me regelmatig om even helemaal los te zijn van gedachten. Waar ik gewoon aanwezig ben, en in stilte waarneem wat er in of om mij heen gebeurt. Door deze rust op te zoeken, ook al duurt het soms maar een paar seconden, voelt het soms alsof ik even heb geslapen. Zo'n reset helpt me tijdens het werk om minder snel moe te worden, en meer te genieten van het moment.
Stress om stress
Maar dan wordt het opeens wel heel druk op werk, en ligt er meer op mijn bordje dan ik aankan in twintig uur. Ik heb moeite met overzicht houden, want veel is nog nieuw. De stress neemt toe, mijn hoofd loopt over... Een stemmetje in mij begint steeds bezorgder te roepen: Hé, zo hadden we het niet bedacht! Dit moet anders!
Voor ik het weet lig ik op de bank, alles doet pijn, vooral mijn rug en schouders. Overbelasting, is het woord dat in me op komt. Net als twee jaar geleden. Terwijl de angst voor precies deze situatie me tegenhield om weer voor een werkgever te gaan werken. Ben ik gewoon niet gemaakt voor een vaste baan?
Verantwoordelijkheid nemen
Omgaan met onverwachte omstandigheden, ik dacht dat ik daar wel goed in was geworden. Waarom vertrouw ik er niet op dat het vanzelf wel op z'n pootjes terecht komt? Even een weekje harder werken is toch geen probleem? Stress is heel normaal.
Vooral bij dat laatste voel ik weerstand. Als een kind dat haar vuist balt en roept: 'Ja maar...' .
En ik wil dat kind de ruimte geven. Zij is bang om van buitenaf gecontroleerd te worden. Bang dat ze niet meer haar passies kan uitvoeren, ruimte heeft om intuïtief te leven en ontspannen.
Die angst om persoonlijke vrijheid te verliezen komt voort uit een goede intuïtie, daar ben ik van overtuigd. Én ik besef dat dit innerlijke verzet alleen maar meer stress geeft. Dus wat kan ik doen? Ik besluit mijn verzet op te geven, en de situatie te omarmen. Ik heb dit pad, deze baan gekozen. Laat ik het ownen, en weer rust en verzoening in mezelf vinden, op welke manier nodig is.
Op dezelfde manier heb ik het samenwonen met Eva omarmd, ondanks mijn angst dat ik me dan te veel zou moeten aanpassen. Maar door onze beide overgave aan de keuze, gaat het samenwonen heel natuurlijk. En, niet geheel onbelangrijk, we zijn het eens over de inrichting!
En, wat me ook wel geruststelt... het 'settelen' voelt helemaal niet beklemmend. Dit is gewoon een volgende plek, zoals elke andere plek. Eigenlijk ben ik nog steeds aan het huishoppen, aan het reizen, maar dan voor een iets langere tijd op één plek. Dus laat het avontuur maar weer komen.
Hasta la proxima véz!
Reactie plaatsen
Reacties